Het Nederlands bedreigd? Taalsterfte in Nederland

Geschreven door Dyami Millarson

Wij onderzoeken taalsterfte zoals het plaatsvindt op Nederlandse bodem. De Nederlands bevolking – alhoewel zij soms opmerkt dat de ‘Nederlandse dialecten’ met uitsterven gedoemd zijn – is onbewust van de in de Nederlandse taalgeschiedenis ongekende taalsterfte die er nu in Nederland plaatsvindt. Dit komt doordat het verband tussen taalsterfte en dialectsterfte niet gezien wordt, die wij door ons onderzoek wel zien: Dialectsterfte is taalsterfte. Immers, dialecten, waarvoor bij het leren een woordenboek en grammaticaboek benodigd zijn vanwege de eigen woordenschat en spraakkunst, zijn gewoon talen. Tijdens ons onderzoek naar taalsterfte kijken wij naar de inheemse talen van Nederland, met name de kleinste talen die vanouds in Nederland gesproken worden, zoals het Oosterschellings, Schiermonnikoogs en Hindeloopers, die onterecht dialecten genoemd worden.

De inheemse talen van Nederland gaan allemaal sterk achteruit, o.a. door de opvatting van de vorige eeuw dat men maar een taal in Nederland zou moeten spreken. Deze heersende opvatting is samengegaan met taalsterfte op ongekende schaal in de hele Nederlandse taalgeschiedenis, en deze taalsterfte is vrijwel onopgemerkt gebleven door de Nederlandse bevolking, waar vooral sinds vorige eeuw een gebrek aan aandacht en belangstelling geleefd heeft voor wat zij beschouwt als ‘dialecten’. Als men de ogen opent en inziet dat het hier om inheemse talen gaat die uitsterven, dan zou men wellicht niet blind zijn voor het feit dat Nederlands als inheemse taal van Nederland wel hetzelfde lot zou kunnen ondergaan als alle andere inheemse talen van Nederland. Wat maakt immers het Nederlands onkwetsbaar voor taalsterfte?

Het Nederlands is op wereldschaal maar een klein taaltje, velen zouden het Nederlands als ‘streektaal’ of ‘regionaal dialect’ van een paar kleine gebiedjes op de wereldkaart kunnen beschouwen. Men merkt in het buitenland Nederland, Suriname en België doorgaans niet op de wereldkaart op en is zich daardoor vaak niet eens bewust van het bestaan van het Nederlands noch waar het gesproken wordt. Het Nederlands is een minderheid in de wereld, zoals andere inheemse talen van Nederland dat zijn in Nederland. Waar Nederland ervaring had kunnen opdoen op het gebied van beleid voor de bescherming van inheemse talen zijn er grote kansen gemist in de vorige eeuw, waardoor men nu op Nederlands grondgebied nog veel praktische kennis moet opdoen aangaande de bescherming van minderheidstalen. Nederland behoort goed naar zichzelf te kijken: Aangezien Nederland verder in de kennisontwikkeling had kunnen zijn op dit gebied, loopt Nederland zonder twijfel achter in de kennis op dit gebied door de houding in de vorige eeuw waar men een gebrek aan aandacht en belangstelling voor dit onderwerp aan de dag legde.

Nu wordt de ernst van de zaak echter langzaam maar zeker duidelijk voor het Nederlands volk. Het Nederlands is niet onsterfelijk ten opzichte van alle andere inheemse talen, maar het is kwetsbaar zoals alle andere inheemse talen van Nederland. Ons onderzoek maakt dit wel duidelijk voor ons; er heeft in Nederland altijd een wisselwerking bestaan tussen het Nederlands en de andere inheemse talen, en die situatie is nu in gevaar gebracht. Het is derhalve niet verwonderlijk, aangezien door de sterfte van alle andere inheemse talen al tekenen aan de hemel waren, dat het Nederlands ook niet veilig is.

Het Nederlands is niet anders dan de talen uit het eigen gebied in de zin van dat het lot van het Nederlands verweven is met dat van zijn taalkundige omgeving die nu onderhevig is aan taalsterfte-aardbevingen. Het Nederlands zit in een onveilig gebied, het zit op de rand van de vulkaan. Men beweert, als tegenargument, dat (1) het Nederlands nu meer sprekers heeft dan ooit, (2) het Nederlands is gereguleerd en (3) het Nederlands is de voertaal van Nederland.

Men denkt dat deze status quo niet in gevaar is, maar schijn bedriegt. De eerste bewering over de hoeveelheid sprekers valt in het niet wanneer men de wereldwijde samenhang beschouwt: Het Chinees en Engels en Spaans, talen waar het Nederlands wel weet-niet-hoeveel keren in past, hebben nu ook meer sprekers dan ooit, wat het Nederlands nog steeds een kleine minderheid op aarde maakt en het Nederlands wordt zelfs steeds kleiner met het % van de wereldbevolking dat Nederlands spreek omdat andere talen gewoon veel sneller groeien.

Desalniettemin is het aantal sprekers, zowel afname als groei daarin, niet per se een garantie voor het uitsterven of overleven van een taal. Wat veel uitmaakt is het bewustzijn van de sprekers omtrent hun achtergrond; wat bindt hen, hun voorouders en nakomelingen aan de taal? Dan komen we tot de tweede bewering: De regulatie van het Nederlands is geen garantie voor het overleven van onze taal. De Nederlandse taal is namelijk niet superieur of meerderwaardig ten opzichte van de andere inheemse talen van Nederland, maar gewoon gelijkwaardig. Men moet wel de huidige status van het Nederlands als standaardtaal van Nederland kunnen relativeren: Voor hetzelfde geld had een andere standaardtaal in Nederland ontwikkeld kunnen zijn uit de inheemse talen, het is puur toeval dat het Nederlands de hoofdvoertaal werd, en daaruit behoort men te concluderen dat andere inheemse talen niet minderwaardig zijn, maar juist gelijke waarde hebben. Het is toeval indien men de staatsloterij wint; men moet in dat geval niet ineens ongemanierd en arrogant worden denkende dat andere mensen minder zijn omdat ze de loterij niet gewonnen hebben, maar men moet juist zich fatsoenlijk en beboorlijk gedragen jegens zijn medemens volgens de regels die wij van oudsher opgesteld hebben voor onze maatschappij. Men zei vroeger al: Hoogmoed komt voor den val.

Een meerderwaardigheidscomplex, die vaak ten opzichte van ‘Nederlandse dialecten’ oftewel andere inheemse talen geuit wordt, is een grote misvatting die bijdraagt aan de sterfte van het Nederlands; het is een soort karma vanwege datzelfde meerderwaardigheidscomplex gevoeld wordt ten opzichte van het Nederlands door sprekers van grote niet-Nederlandse talen die het Nederlands als pieterpeuterig taaltje zien dat niet meer waard is dan een dialect. Nederlanders moeten daarom niet meedoen aan wereldwijde taalpesterijen door de eigen inheemse talen te minachten, maar men moet ze juist naarvoren schuiven als ‘authentiek van Nederlandse bodem’ en ‘echte vertegenwoordigers van de Nederlandse cultuur en identiteit’.

De Nederlandse reactie op de huidige crisis die het Nederlands ervaart moet juist tot een moment van bezinning leiden en tot inkeer wat betreft de verkeerde opvattingen van de vorige eeuw omtrent inheemse talen. Sprekers van het Nederlands dienen saamhorigheid te voelen met sprekers van alle kleine talen in hun midden, en Nederland dient zich als ouderlijk figuur op te stellen van alle inheemse taaltjes. Geen een inheemse taal van Nederland is meerderwaardig, iedereen is gelijk en dit hoort ook zo uitgevoerd te worden in het beleid omtrent taalbehoud. Het Nederlands heeft vroeger gedijd in een omgeving waar er heleboel Nederlandse inheemse talen, behalve het Nederlands, gesproken worden en dat ging hartstikke goed; het was zelfs zo dat er een saamhorigheid tussen al de talen gevoeld werd, een natuurlijke verwantschap, die bijdroeg aan de vooruitgang van de Nederlandse maatschappij en die beschaafdheid gekenmerkt door barmhartigheid (tolerantie) voor alle inheemse talen van Nederland is juist nu in gevaar.

Op de derde bewering dat het Nederlands wel veilig zit omdat het de voertaal is wil ik maar heel kort ingaan. Een voertaal kan heel makkelijk vervangen worden. Dat hebben wij ook gezien met de taalgemeenschappen van Oosterschelling, Schiermonnikoog en Hindeloopen, waar vroeger het Oosterschellings, Schiermonnikoogs of Hindeloopers de voertaal was voor de mensen. Er is veel dynamiek in de wereld der talen; ze zijn allemaal constant in beweging. Men kan er niet zomaar van uitgaan dat wat nu vanzelfsprekend is, ook altijd vanzelfsprekend blijft. De voorgenoemde taalgemeenschappen laten zien hoe bijzonder ingewikkeld het is om een de oude taal weer terug te brengen als voertaal van een gemeenschap. Het is wellicht niet onmogelijk, maar men moet niet de hobbels onderschatten die er genomen moeten worden om de taal in ere te herstellen.

Niet alleen dreigt het Nederlands verloren te gaan, maar ook de Nederlandse beschaving die ontstaan is uit het Nederlandse taalheelal, nl. de mozaïek aan talen die er van oudsher om het Nederlands heen gesproken worden. Doordat juist die beschaving – vanwege de onwetendheid, meedogenloosheid en onhebbelijkheid van de 20ste eeuw gezien in onbeschaamd haatdragende en gelijkheidsontkennende uitingen jegens de andere inheemse talen van Nederland – in gedrang gekomen is, komt nu ook het Nederlands zelf in gedrang.

De aloude beschaving, in het midden waarvan het Nederlands zich goed en veilig heeft kunnen ontwikkelen, moet hersteld worden, waardoor alle talen van Nederland in vrede kunnen samenleven en door kruisbestuiving kunnen gedijen. Wij moeten het Nederlands in de juiste samenhang zien; niet alleen dreigen we het Nederlands te verliezen, maar ook het Nederlands taalheelal en de beschaving die uit de aanvaarding en begunstiging van de wisselwerking van dat heelal ontstaan is. Mits men het Nederlands in perspectief ziet, weet men dat het Nederlands slechts een onderdeel van het gehele taalkunstwerk, de taalmozaïek, van Nederland is.

Het Nederlands dreigt door socio-economische overwegingen domeinen te verliezen, bijv. in de universiteiten die steeds meer overgaan op het Engels als voertaal waardoor het Nederlands verdrongen wordt als voertaal. Het verlies van domeinen is een teken aan de wand van achteruitgang voor een taal, en dit kennen wij maar al te goed uit de aangrijpende verhalen van de andere minderheidstalen van Nederland, zoals het Oosterschellings, Schiermonnikoogs en Hindeloopers.

Elke inheemse taal van Nederland heeft een eigen verhaal, dat gaat over het overleven als minderheid op de wereld. Daar liggen juist de oplossingen als men oor heeft naar die verhalen. Gebrek aan belangstelling voor de andere inheemse talen, en het daaruit voortvloeiende gebrek aan inzicht over de dwarsverbanden tussen de verhalen van alle talen in Nederland, wordt het Nederlands volk onthouden van de oplossing om zijn eigen taal in stand te houden in een wereld waar de titanen, zoals het Engels en Chinees en Spaans, oprukken.

Advertenties

4 comments

    • Thank you, Ilona, yesterday and today there was street festival in my city and people celebrated this with live performances. I am so happy you find my articles informative. Hugs, have a wonderful day

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s