Leeftijdsgebonden minderheidstalenstudieprioriteiten

Geschreven door Dyami Millarson

Wij hebben een logische studievolgorde ontwikkeld, die op onze prioriteiten inzake de studie van uitstervende minderheidstalen gestoeld is, die op hun beurt weer op onze eigen leeftijd ten opzichte van de andere sprekers gestoeld zijn. De studieprioriteiten van onze minderheidstalenstudie zijn leeftijdsgebonden, omdat als wij ongeveer gelijke leeftijd als de oudste sprekers bereikt hebben en wij ook al tientallen jaren de taal machtig zijn, dan heeft het voor ons minder zin om naar de hedendaagse ouderen te kijken vanwege het feit dat hun taalgebruik niet oudtijdser dan de onze zal zijn, maar dan heeft het nut om de geschiedenis in te duiken om te leren van de sprekers van lang geleden, die veel ouder dan wie dan ook zouden zijn als zij nog leefden.

Van hen, die lang voor ons bestaan hebben, zouden wij kunnen leren door boeken te raadplegen en oude geluidsopnames te beluisteren indien die er zijn. Ik stel mij zo voor dat archiefonderzoek de juiste aanpak is op latere leeftijd als ik geen levende veel oudere sprekers meer kan raadplegen over de taal en ik mijn kennis meer uit boeken moet halen indien ik de oude taal wil helpen in stand te houden door middel van het inzichtelijk maken van diens oude eigenschappen, die het doen afwijken van de heersende talen in diens omgeving.

Ik wil graag van de ouderen leren wanneer zij nog leven en daarom maak ik haast daarmee nu dat het nog kan, maar wanneer ik steeds meer alleen kom te staan en zelf ook mettertijd ouder word, dan zal ik er meer een boekgerichte studie van maken, omdat ik mijn kennis dan vooral uit oude boeken (en – indien voorradig – geluidsopnames) moet halen. Respect voor ouderen en de erkenning van hun autoriteit met betrekking tot de (levende) kennis van de taal zitten ingebakken in onze aanpak, die filosofisch door bepaalde overdenkingen van het confucianisme ingegeven is. Studie en respect voor ouderen zijn namelijk belangrijk in het confucianisme, dat daarmee het behoud van erfgoed of traditie beoogt, en deze tijdsloze kernwaarden hebben wij overgenomen in ons initiatief.

Uiteraard is het niet zo dat wij helemaal niet op onze jonge leeftijd in de boeken duiken. Juist integendeel want wij zitten vaak met onze neuzen in de boeken, maar het verschil is dat wij nu veel van de taal kunnen verifiëren met de ouderen die nog leven. Zij kunnen ons enigszins wegwijs maken, terwijl wij dat in de verre toekonst niet zullen hebben, waardoor wij voor de verdere ontwikkeling van onze taalkennis meer afhankelijk zullen zijn van oude overgeleverde geschriften en opnames. Wij maken ook zelf nu zoveel mogelijk opnames waardoor wij hierop terug kunnen vallen in de verre toekomst als de kennis van de oudere sprekers mettertijd wegvalt. Wij begrijpen maar al te goed dat het met talen om levende kennis gaat en veel van deze kennis gaat verloren als mensen komen te overlijden. Daarom trachten wij die kennis zo goed mogelijk eigen te maken en langs verscheiden kanalen vast te leggen.

Wij kijken niet uit naar een toekomst, waarin wij alleen komen te staan, en meer afhankelijke zullen zijn van boeken. Echter, wij zullen niet radeloos zijn omdat wij een duidelijk plan van aanpak hebbebn. m Wij vinden uiteraard het juist mooi dat er een levende taalgemeenschap is, waar wij op kunnen steunen. Wij willen de herinnering van die taalgemeenschap in leven houden en wij willen voor elke taal een taalgemeenschap zoveel mogelijk naar het voorbeeld van de oude taalgemeenschap opbouwen. Wij zijn gemeenschapsmensen in de zin van dat wij het belang van de gemeenschap inzien voor het het behoud van de taal en vandaar willen wij tijd steken in het gemeenschapbouwen (community-building). Onze lessen in de toekomst zullen niet alleen taal inhouden, maar ook het aanleren van een algehele levensweze of levensopvatting. Je moet niet Oosterschellings, Schiermonnikoogs of Hindeloopers leren als je niet ook de cultuur wil overnemen en naar de oude zeden en gebruiken van die gemeenschappen wil leven. De taaloverdracht gaat dermate samen met cultuuroverdracht, omdat natuurlijke taal om de gemeenschap gaat. Een kunstmatige taal gaat doorgaans niet om de gemeeschap, maar is meestal het product van een enkeling. Natuurlijk taal is een gemeenschapsproduct en dat product kan zeker een leven lang in stand gehouden worden door een klein groepje mensen, zelfs een enkeling die het gesprek met zichzelf voortzet op de een of andere wijze (zoals in zichzelf te mompelen in de taal, de taal te beoefen door tegen zichzelf in de spiegel te praten of door overdenkingen in de taal op schrift te stellen). Echter, er dient rekening mee gehouden te worden dat een taal levend is vanwege het eeuwige gesprek dat onderling gevoerd wordt. Men kan technisch met zichzelf spreken en zo dit gesprek voortzetten (ik heb de talen mezelf leren spreken en ik sprak het ,,in den beginne” vooral met mijzelf, alhoewel ik mettertijd het ook steeds meer met mijn vrienden kon spreken, die het ook leerden). Maar zodra het gesprek ophoudt, dan gaat het gauw bergafwaards met de taal. Het vuur mag nooit gedoofd worden; de eeuwige vlam moet (zoveel mogelijk) zonder onderbreking brandende gehouden worden.

Als de vlam van het eeuwige taalvuur brandt, dan is alles in orde voor de taal; men moet de taal blijven bezigen in gesprek oftewel interactief blijven gebruiken. Een natuurlijke taal is ontstaan uit een proces van interactie gedurende vele opeenvolgende generaties en dit is zodanig vooortgezet gedurende vele eeuwen van onze menselijke geschiedenis. Om het eeuwige gesprek gaande te houden moet de taal telkens overgedragen worden en er moet bij de nieuwe mensen vloeiendheid bereikt worden. Het verkrijgen van een vloeiende beheerding gaat meestal gemakkelijk bij kinderen, maar het is niet ondenkbaar bij volwassen. Ik ben dus van mening dat ‘moedertaalsprekerschap’ niet exclusief is voor mensen, wie de taal ingegoten is met de paplepel, maar ook juist mensen kan omvatten, die het zo perfect hebben leren spreken op latere leeftijd dat zij niet te onscheiden zijn van de andere vloeiende sprekers. Een te enge definitie van wat een moedertaalspreker is verliest het doel namelijk uit het doel: vloeiendheid bereiken middels goede overdracht. Het moedertaalspreker zijn is een fictie in de zin van dat mensen op latere leeftijd ook de taal perfect eigen kunnen maken, en dit willen wij maar bewijzen met ons project. Wij beschouwen onszelf sprekers van de talen, die wij in 2018 hebben leren spreken, net zozeer als de oudste sprekers, en dit hebben bevestigd gehoord van de sprekers zelf, die menen dat wij het goed uitspreken en de taal gelijk de ,,inheemsen” beheersen.

Wij zijn vanaf het begin al van mening geweest dat men niet vanaf de geboorte al een taal gehoord en leren spreken hoeft te hebben om als moedertaalspreker te doen gelden. Door deze overtuiging meenden wij ook dat nieuwe moedertaalsprekers van oude dode talen gekweekt kunnen worden, en onze ervaringen met oude dode talen, waar wij (vanaf 2010) jarenlang mee geëxperimenteerd hebben om goede formules of systemen te ontwikkelen voor het redden van talen, hebben ertoe geleid dat wij goed voorbereid waren om ten dode opgeschreven minderheidstalen van een gewisse dood te redden. Deze kennis hebben wij dus niet zomaar opgedaan en heeft gelegen aan jarenlange voorbereiding, waarmee wij destijds behoorlijk zoet waren.

Wij waren vroeger al stellig overtuigd dat mensen moedertaalsprekers van Latijn, Oudgrieks en Gotisch kunnen worden indien zij hun uiterste best doen en zich met name toeleggen op uitspraak. De mensen in 2018 merkten vooral op dat wij de uitspraak zo goed deden, en dit hebben wij geleerd van onze ervaring met het experimenteel terugbrengen van dode talen. Veel experimemten hebben wij losgelaten op oude doden talen en veel werkte niet, maar toen wij uiteindelijk echte doorbraken behaalden en onze inzichten zo aanzienlijk verbeterd waren dat wij in staat waren om de dood van talen om te keren, toen hebben wij besloten om onze taalherstelkennis toe te passen op levende talen, die nog niet dode talen geworden waren maar wel binnen korte tijd dat dreigen te worden.

Het is jammer dat wij niet eerder ver genoeg gevorderd waren om talen te redden, want dan hadden wij bijvoorbeeld reeds het Griko kunnen leren en redden, maar wij hadden destijds nog niet genoeg vooruitgang geboekt ondanks alle voorradige theoretische kennis. Het omzetten van theoretische kennis in praktische kennis heeft ons jaren gekost. Wij wouden altijd al veldwerk doen en wij hebben ervaring opgedaan bijvoorbeeld door middel van het opnemen van bedreigde talen in Italië op geluidsband. Wij hebben ons in 2011-2013 met het ontwikkelen van technieken om talen in Zuid-Italië op te nemen beziggehouden. Met name drie talen hebben wij zoveel mogelijk proberen op te nemen middels verschillende experimentele technieken: Griko, de inheemse taal van Mola di Bari (waar ik destijds verbleef) en die van Lecce tijdens onze doorreis naar het gebied waar Griko gesproken wordt. De sprekers van het Leccees merkten op dat zij wouden dat zij maar kinderen zoals wij konden hebben die zich interesseerden voor hun taal en cultuur; zij uitten zelfs dat zij ons wouden adopteren en zij meenden dit met ernst. Zoveel betekende de taal dus voor hen. In 2012 meen ik ontmoetten wij een priester due nog het Griko sprak en hij nodigde ons uit om als gast te blijven overnachten en de volgende dag oude sprekers te ontmoeten. Dit hebben wij gedaan en zo hebben wij praktische ervaring met Griko opgedaan.

Wij konden toentertijd alleen op de uitspraak richten en het maken van opnames, het leren spreken kwam er niet van omdat de handelingen omtrent het opnemen en bestuderen van de uitspraak onze aandacht geheel in beslag nam; wij hadden het maar druk met transcriptie middels IPA en het overschrijven van woorden, waarbij wij erachter kwamen dat ieder dorp woorden weer aanzienlijk anders uitsprak. Wij hebben wel wat kunnen oefenen moet uitspreken waardoor wij deze kennis op latere datum zouden kunnen toepassen om de taal te leren spreken en voorlezen. Het is echter jammer dat de priest dit nooit heeft mogen meemaken want hij is in 2018 komen te overlijden, zoals wij via internet vernamen. Wij hadden hem graag blij verrast, maar wij zullen zeker naar de Griko gemeenschap wederkeren, want de priester heeft ons destijds twee boekjes overhandigd in vertrouwen dat wij de taal zouden eigen maken. Op den duur zullen wij deze belofte waar maken, want Griko is zeker een taal die niet mag komen uit te sterven.

Wij werden vroeger vriendelijk onthaald in de gemeenschap waar Griko gesproken wordt en door deze blijde herinneren voelen wij ons zeker geroepen de gemeenschap in de toekomst te bezoeken, maar wij beseffen dat wij niet moeten terugkeren totdat wij de taal goed onder de knie hebben en het met de laatste sprekers kunnen spreken. Er is nood aan de man, maar haastige spoed is zelden goed. Festīnā lentē, haast je rustig, zoals de Romeinen eertijds zeiden. Nu dat ik een Latijnse spreuk aangehaald heb, is het wel leuk om te bedenken dat de priester ons destijds, behalve 2 zeldzame boekjes om Griko meer te leren, ook een Latijnstalig boek van Plautus geschonken heeft, omdat wij zulke liefhebbers van Plautus waren. De man was zeer vrijgevig en wij voelen ons daarom bijzonder genoodzaakt om wat goeds terug te doen voor het behoud van Griko; het vertrouwen is ons gegeven en daarom moeten wij er ook naar handelen. Tempus fugit, de tijd vliegt; de jaren sinds 2011 toen wij de priester ontmoetten zijn zomaar verstreken, de tijd is vervlogen.

Het blijft eeuwig jammer dat wij niet eerder nog niet klaar waren talen echt te leren spreken om ze te redden (wij wouden het wel maar het ontbrak ons aan tijd vanwege school alswel aan meer praktijkervaring met uitstervende minderheidstalen die wij nog bezig waren op te bouwen), maar wij voelen ons niet schuldig, want wij waren nog jong en wij waren lerende, wij hebben ons best gedaan en meer zat er destijds echt niet in. Terugkijkende vind ik dat wij het heel goed hebben gedaan. Welke jongeren reizen nu af naar minderheidstaalgebieden om te proberen (de uitspraak van) de taal op geluidsband en op schrift vast te leggen? Wij zijn redelijk geslaagd destijds met ons doel om een indruk te krijgen van de uitspraak; er werd zelfs gezegd door de priester dat wij het perfect uitspraken en daarom was hij zo enorm onder de indruk van ons.

Gelijk wij ooit eens zullen doen met Griko, zullen wij nog meer de geschriften van het Schiermonnikoogs en de andere leden van in Nederland gesproken Friese taalfamilie bestuderen wanneer wij de ouderen niet meer kunnen raadplegen, maar vooralsnog willen wij ons vooral richten op ons onderhoud met de laatste sprekers dezer talen. Natuurlijk wanneer wij niet met hen kunnen spreken, dan raadplegen wij al de oude geschriften volop om de taal van een historisch perspectief te bestuderen. Het is een evenwicht van oude boeken lezen en ouderen raadplegen, maar dat evenwicht dreigt steeds verder verstoord te worden met het wegvallen van iedere oude spreker. Daarom hebben wij ons al voorbereid middels het ontwikkelen van een toekomstplan; wij zijn reeds voorbereid op een toekomst waar voorgenoemd evenwicht niet meer bestaat en wij vooral op onszelf aangewezen zijn voor het doorgaand taalonderzoek. Dit is hoe het plan eruitziet: de ouderen raadplegen en boeken lezen (maar nog niet al te intensief) zolang wij nog jong zijn en niet 100% van boeken afhanlelijk zijn, en zodra wij zelf op leeftijd zijn en alleen zijn komen te staan, boeken raadplegen en onze kennis overdragen. Het is dus duidelijk dat wij ons nu vooral op het leren van de ouderen willen richten, terwijl wij in de toekomst de meer de nadruk willen legen op de bestudering van oud geschreven materiaal en de overdracht van alle kennis die wij opgedaan hebben. Wij zijn inmiddels ook al bezig met de overdracht, maar de prioriteit ligt voor ons nu vooral op het leren van de ouderen en het vastleggen van al hun relevante kennis en levenswijsheid, omdat wij dit later niet meer kunnen. Wij kunnen later, echter, nog wel de jongeren benaderen om de taal te leren, en dat is een geruststelling voor de toekomst; ons initiatief heeft een natuurlijke gang en wij vormen als vanzelfsprekend een brug tussen oud en jong.

Tevens moet ik wel opmerken dat ons werk vooral een evenwicht is. Als ik meen dat wij in de toekomst meer tijd aan literatuuronderzoek en zulks zullen moeten besteden, dan bedoel ik hiermee niet dat wij dit nu al niet tussen neus en lippen door doen. Wij doen deze dingen al, maar het is nu niet onze hoofdzorg. Wij maken ons het meest zorgen om de ouderen en wij willen hun ten dienste zijn in het helpen met de overdracht van al hun voorradige kennis. Wij zijn nu bezig met onze beeldvorming van de taal en onze eigen ontwikkeling in het verwerken van alle kennis die de ouderen met ons delen in hun moedertaal. Nu zijn wij meer student, in de toekomst zullen wij meer docent zijn. Echter, wij blijven altijd leren en wij zien niet van plan, zodra wij ons geheel gaan storten op de overdracht, op te houden met de studie. Neen, deze studie moet onvoorwaardelijk voortgang vinden want naar onze mening moeten studie en overdracht gelijktijdig plaatsvinden, wij moeten onze kennis blijven verruimen en wij mogen zelf ook niet stilstaan in onze ontwikkeling, want als wij stilstaan, dan kunnen wij anderen ook niet goed van dienst zijn met onze stagnerende kennis. Als er bij ons geen vooruitgang inzit, dan kunnen wij anderen ook niet inspireren met nieuwe inzichten; als je teksten steeds opnieuw leest, dan kom jij altijd wel tot nieuwe ontdekkingen. Oude teksten, hoe schaars ook, zijn vrijwel onuitputbaar voor de vooruitgang in kennis. Zo hebben wij ook gemerkt met wat er tot ons gekomen is van het Klassiek Latijn, Oudlatijn (d.w.z. met name het Latijn van Terentius en Plautus, maar ook een paar inscripties van eerdere tijden) en Oudgrieks; veel is er door de tand des tijds verloren gegaan, maar het weinige dat er overgeleverd is aan ons blijft van onschatbare waarde en werkt inspirerend. Het is niet anders met minderheidstalen. Weinig is er overgeleverd, maar wat er overgeleverd is kan volgende generaties inspireren als zij ermee in aanraking komen en bereid zijn zich te verdiepen in de inhoud van de overgeleverde teksten.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s